Voor mijn studie moet ik een interactieve tentoonstellingsobject zien te maken en deze ook in een tentoonstelling laten zien. Je bent je eigen opdrachtgever en uitvoerder van het project. Dat betekent dat je het onderwerp moet verzinnen en uitwerken. Je moet zelf doelen stellen en eraan houden.
Ik weet van mezelf dat ik vaak moeite heb om op commando met ideeën te komen. Als ik het probeer blokkeer ik mezelf en raak ik in paniek als ik om me heen zie dat anderen wel ideeën hebben. Zo was dit ook vorige week het geval. Ik hoorde om me heen mensen met ideeen. En bij sommigen leken de ideeen zeer geniaal. Waarom kwam ik daar niet op?
Aan het begin van het project hield ik mezelf voor dat ik het het liefste over een onderwerp in Japan wilde hebben. En dat was niet zo slim van mij, want hierdoor had ik mezelf vastgezet en liep ik de afgelopen week blanco rond. Want Japan is groot, zo ook als onderwerp. Welk gedeelte zou ik dan graag willen doen? Ik had geen idee. Ik wist het niet meer. Maar ik hield het vast in mijn hoofd. Ik wilde het zo graag!
Dit werkte nogal tegen en omdat ik in de tweede week nog steeds geen idee had, was ik naar de blokcoordinator gegaan om hulp te vragen. Samen met haar besprak ik over mijn interesses, over eventuele ideetjes en uiteindelijk liep ik weg met een gerust hart. Niet iedereen had meteen een onderwerp. Maar het liefste willen de docenten dat je het in week 3 allemaal al weet.
Ik was de enige in mijn klas zonder idee. De ideeen van andere klasgenoten brachten me niet op een idee. De coaches wilden afspreken. Ik maakte een afspraak met de expertcoaches om te brainstormen. Maar toen ik daar zat, bleef het stil. Een dag daarvoor had ik les van een docent die het vreemd vond dat ik geen idee had. Ik kon zijn lessen niet volgen zonder een thema, dus kreeg ik een thema waar ik interesse in had: Japanse geschiedenis.
Ik moest in een groep zitten en we moesten met 3 concepten komen. Voor de groepsgenoten was het makkelijk, zij hadden een goed idee. Maar voor mij was het erg moeilijk. Ik had alleen een thema. Uiteindelijk hadden we het over de Tweede Wereldoorlog en Japans eten. Maar echt ver kwamen we niet. Totdat een klasgenoot kwam met kogelvis, mensen uitdagen om een stukje vis te eten en daarbij zeggen dat het kogelvis is.
Een leuk idee, maar ik had verder geen doelen opgesteld en moest daarnaast nog met 2 concepten komen. Dat werd moeilijk.
Bij de brainstormsessie bij de coaches legde ik uit wat de docent gedaan had, hij had me een thema opgelegd. Uiteindelijk bespraken we over de Tweede Wereldoorlog, over wat me allemaal boeit. We stapten niet van dit thema af. Ik moest me laten onderdompelen in dit onderwerp en na het weekend moest ik wel wat ideeen hebben. Dat werkte niet echt. Ik had boeken gehaald bij de bibliotheek, ik heb een film over kamikaze piloten in de kast staan. Ik had genoeg om me erin onder te dompelen. Maar het werkte niet.
Toen was het maandag. Ik ging naar een seminar en na alle lectures ben ik gaan praten met mensen. Ik sprak een docent aan over Japan en de Tweede Wereldoorlog en over het feit dat ik nogal vastzat. Ze besprak over hoe haar oma dacht over Japan. Ze heeft namelijk in een Jappenkamp gezeten, sindsdien ontweek ze alles dat uit Japan kwam. Juist terwijl ik het leuk vind als er staat dat het uit Japan komt. Ik vond het boeiend, maar ik kon niks eruit pikken dat ik kon gebruiken als thema, dat daarnaast niet al te breed is.
Kort voor het slapengaan luisterde ik naar de radio. Het is de week van de pijn. De dokter die aan het woord was vertelde wat over wat pijn nu werkelijk is en dat het moeilijk is om het te meten. Ik viel ik slaap.
En toen was het dinsdag. Vanmorgenvroeg stond ik op om aan het werk te gaan. Ik ben mindmaps gaan maken over pijn. Ik liet het onderwerp Japanse geschiedenis en voornamelijk de Tweede Wereldoorlog los. Door de mindmap kwam ik op verschillende termen die bij pijn horen, waaronder 1 woord waar ik eigenlijk heel veel mee heb: rouwen. Niet echt een gezellig onderwerp, maar als ik het goed uitpluis moet ik zeggen dat ik de rouwrituelen zeer interessant vind. Maar wat wil ik zeggen hiermee? Wat wil ik de bezoeker van mijn tentoonstelling gaan meegeven? Dat rouwen om het overlijden van een geliefde op verschillende manieren kan? Ik kan daar toch ook een boek over schrijven? Of een artikel? Dit zijn opmerkingen die een expertcoach zou zeggen hierover. Dus ik moet goed nadenken.
Over een uurtje heb ik weer les van die docent die mij het thema Japanse geschiedenis opdrong. Ik ben benieuwd wat hij hiervan vind.












Bij het thema rouwen komen er bij mij ook veel meer ideeën los dan bij het thema ‘japanse geschiedenis’. Rouwen is iets wat dicht bij mensen staat en hen heel erg kan raken. Ik denk dat je daar echt veel kanten mee op kan.
Veel succes ermee!
Sakura Imogen Yakarin onlangs geplaatst..…
Sakura Imogen Yakarin
In ieder geval moet ik een goede (communicatieve) doelstelling hebben, wat wil ik de mensen vertellen. Maar mijn klasgenoten vinden dat ik een te moeilijk onderwerp heb gekozen. Ik dacht zelf aan rouwrituelen, maar wat wil ik gaan vertellen? Wat voor interactiefs moeten ze doen?
Francisca
Communicatieve doelstelling rond rouwrituelen kan zijn dat mensen kennis maken met rouwrituelen vanuit verschillende culturen.
Het interactieve gedeelte kan zijn dat je bijvoorbeeld rond het Tibetaanse Dodenboek werkt en mensen dan de ‘reis na de dood’ meemaken zogezegd en de fasen die de achtergeblevenen moeten doormaken. Er is rond het Tibetaanse dodenboek best wat te vinden.
Ook de Christelijke en Joodse tradities hebben een heel idee over hoe je de tijd indeelt na de dood van geliefden.
Als je het echt over rouwrituelen wil hebben dan kan je beter even enkele naslagwerken bekijken.
Sakura Imogen Yakarin onlangs geplaatst..…
Sakura Imogen Yakarin
Hmmm…. Sowieso moet ik in de boeken duiken. Ik weet maar weinig van dit onderwerp af, maar het interesseert me enorm. Sowieso zullen er ook wat overeenkomsten in te vinden zijn, denk ik. Tijd om naar de bieb te gaan en mijn boeken in te ruilen voor andere boeken.
P.S. Heb net twee dingen door elkaar gehaald: doelstelling (wat ik wil bereiken bij de bezoeker) en communicatief doel (hoe wil ik dat bereiken).
Francisca
japanse geschiedenis?
Ah, waarom ga je niet into de geschiedenis van de japanse manga? of manga die de japanse geschiedenis weer geven of daar in spelen?
zoals Blade of the Immortal/Vagabond.. en zo zijn er nog veel meer.
of je neemt gewoon manga als onderwerp.
Daar kun je zo veel mee.
Nagashiwa
Ja, je kan er heel veel mee. Maar uiteindelijk moet ik een experience meegeven door zo’n interactieve multimedia tentoonstellingsobject. Daardoor maakt het moeilijk.
Docenten zeggen ‘The Sky is the Limit’, maar net hoorde ik een les aan met het kopen van technische spullen. En had hij het over bedragen wat niet duur was. Maar dat is leuk voor hem, hij heeft een fulltime baan. Maar als je dat allemaal moet kopen ben je niet goedkoop uit. Maar gelukkig hoeft dat niet alleen iets technisch te zijn, waarbij je even iets moet solderen of dingen moet kopen. Maar toch… ik blijf het moeilijk vinden.
Vooral nu klasgenoten zeiden dat ik van mijn doel en communicatieve doelstelling dat ik heb ook een artikel kan maken. Lastig nietwaar? Maar ik ben ook een moeilijke denker.
Francisca
Je kunt van alles wel een goed artikel schrijven, er moet juist een artikel over te schrijven zijn..
een journalist moet jou onderwerp zo vet vinden dat hij/zij er een goed artikel over kan schrijven..
of dat je van een artikel een hele campagne kan maken en die verkopen.
Japanse geschiedenis is breed.
Keizer
samurais
Edo tijd.
zwaarden
2de weereld oorlog
Typische Japanse kleding
Typische japanse huizen
zo veel gek :p
Nagashiwa
Ja, de docent zei ook dat het breed was. Aan mij om van zo’n breed onderwerp iets uit te pakken wat mij zo interesseerde dat ik hiermee verder wilde gaan + een bezoeker iets mee kon vertellen. En dan ook nog interactief en multimediaal. En dan ook nog een technisch dingentje erin verwerken (computer ofzo) en dan ook nog mooi opmaken. En dan ook nog allemaal goed kunnen beargumenteren.
Francisca
Ze willen niet veel ;)
Sakura Imogen Yakarin onlangs geplaatst..…
Sakura Imogen Yakarin
Hahaha! En dan zegt een docent: The Sky is the Limit.
Mijn blokwijzer zegt:
De volgende opdracht dient individueel gerealiseerd te worden:
· Het ontwerpen van een multimediaal, interactief tentoonstellingsobject;
· Het beargumenteren van de gemaakte keuzes;
· Het realiseren van het tentoonstellingsobject;
· Het tentoonstellen van het object aan publiek;
· Het evalueren of de uitgangspunten en doelstellingen van het object behaald zijn;
· Het schrijven van een verbetervoorstel.
De student is vrij in keuze van het tentoonstellingsthema maar het is ook toegestaan om aan te
sluiten bij een thema, zoals:
· Milieu;
· Duurzaamheid;
· Verkeer;
· Economie;
· etc.
De opdracht dient aan de voorwaarde te voldoen:
1. Het tentoonstellingsobject bestaat uit interactieve multimedia.
Onder interactieve multimedia wordt verstaan:
Multimedia is de integratie van op zichzelf staande mediavormen als muziek, film, video, spraak,
foto’s, databases, spreadsheets, etcetera tot één geheel voor informatieoverdracht.
Om van interactieve multimedia te kunnen spreken is het noodzakelijk dat de gebruiker, naast
het lezen, kijken, luisteren, etc., actief invloed kan hebben op die media om zodoende betekenis
te kunnen geven aan datgene wat hij ervaart.
2. Alle elementen van het tentoonstellingsobject dienen zelfstandig vervaardigd te worden.
Dit houdt in dat er geen bestaande elementen gebruikt mogen worden zoals bv. films van internet of
een bestaand computerspel in het tentoonstellingsobject. Er mogen wel bestaande elementen
worden gebruikt ondersteunend aan het tentoonstellingsobject en de te bereiken experience.
Het tentoonstellingsobject wordt door de student vormgegeven, waarbij hij/zij toont de theorieën met
betrekking tot vormgeving te kunnen toepassen. Het is dus niet toegestaan een tentoonstellingsobject
te maken waarbij vormgeving geen rol speelt, of waarbij je zelf niet hebt vormgegeven. Als je zelf
niets vormgeeft kunnen de docenten immers ook niet beoordelen of je de theorieën kunt toepassen.
3. Het tentoonstellingsobject heeft geen van tevoren vastgestelde doelgroep.
Je titel en thema van je tentoonstelling zullen een specifiek publiek trekken. De doelstelling, en
datgene wat je wilt communiceren, moet hierop afgestemd zijn.
4. Er wordt verwacht dat je behaalde technieken, methoden, vaardigheden etc. uit voorgaande
blokken inzet in dit blok en daarnaast krijg je vanuit het ondersteunend onderwijs in dit blok
nieuwe technieken, methoden, vaardigheden etc. aangeleerd.
Uiteraard ben je vrij andere technieken, methoden, media, etc. in te zetten die niet ondersteund
worden in dit blok of in voorgaande blokken. Er zijn wel theorieën die verplicht gebruikt moeten
worden om de competenties van dit blok te kunnen behalen (Zie hiervoor bijlagen G en H).
Het project “The Experience” kent vier hoofdfases:
1. Oriëntatiefase
· De student bedenkt een thema en doelstelling van een tentoonstellingsobject.
Hierbij wordt een communicatief doel en een “experience” bedacht. De doelstelling zal
SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) worden
geformuleerd. De expert docenten zullen op het concept feedback geven.
· De student oriënteert zich verder in het thema doormiddel van “content research”. Er worden
bronnen rond het thema verzameld en bestudeerd.
· Deze fase wordt afgesloten met een conceptuele beschrijving en specificatie van het
tentoonstellingsobject en design intenties in BNO-1 (zie bijlage D). Voor meer informatie met
betrekking tot de eigenschappen van een tentoonstellingsobject, en het formuleren van een
concept: zie bijlage C.
· De documenten “concept beschrijving en experience” en “BNO-1” dienen te worden
opgenomen in het project dossier C4.
2. Ontwerp- en realisatiefase
· Ontwerpuitgangspunten (conceptbeschrijving en BNO-1);
· Ontwerp & idee ontwikkeling. Door middel van o.a. schetsen en beschrijvingen worden
meerdere (minimaal 3) concepten ontwikkeld die passen bij de gekozen conceptbeschrijving
en BNO-1 uit de oriëntatiefase.
· Keuze voor een definitief concept. Dit concept wordt verder uitgewerkt met ondersteuning
van schetsen, moodboards, voorbeelden en beschrijvingen.
· Het opstellen van het document waarin de gemaakte keuzes met betrekking tot vormgeving
en design van interactie van het gekozen concept worden beargumenteerd;
· Het realiseren van het tentoonstellingsobject;
· Het inzetten van specifieke digitale technieken benodigd voor het realiseren van video- en
audio-opdrachten;
3. Tentoonstelling- en toetsfase
· Op basis van het ingevulde BNO-1 document wordt een BNO-2 enquête opgesteld (zie
bijlage E);
· De tentoonstelling wordt opgesteld. Nadat bezoekers, genodigden, mede studenten en
docenten, het tentoonstellingsobject “hebben ervaren”, vullen zij de BNO-2 enquête in en
worden er minimaal twee interviews gehouden op basis van ingevulde enquêtes.
· De expertcoaches bezoeken de tentoonstellingsobjecten en beoordelen deze.
4. Conclusie- en verbeterfase
· In deze fase wordt geëvalueerd of de vooraf gestelde uitgangspunten en doelstellingen
uit de conceptbeschrijving en verantwoording gemaakte keuzes behaald zijn. Hiervoor
wordt enquête BNO-2 statistisch verwerkt en conclusies worden geformuleerd.
· Formuleer in de verbeterfase een verbetervoorstel voor je tentoonstellingselement naar
aanleiding van de verschillen tussen BNO-1 en BNO-2, dus hoe je het verschil denkt te
overbruggen tussen datgene wat je wilde bereiken en wat je uiteindelijk hebt bereikt
volgens je test.
Francisca